Beleid ontwikkelingssamenwerking - Hoofdinhoud
Doelen en focus van het Europese ontwikkelingsbeleid
De Europese Unie voert een ontwikkelingsbeleid dat rekening houdt met de Millenniumdoelen van de VN. Het streeft de volgende doelen na:
-
-Economisch en humanitair: het stimuleren van duurzame ontwikkeling in ontwikkelingslanden om de armoede te bestrijden en deze landen meer te betrekken in de wereldeconomie.
-
-Politiek: het verstevigen van democratische structuren, het ondersteunen van een rechtsstaat die mensenrechten eerbiedigt en de fundamentele vrijheden voor de bewoners waarborgt.
Deze doelen probeert de EU te bereiken door zich bij het verlenen van ontwikkelingssamenwerking vooral te richten op de volgende gebieden:
-
-Handel en regionale integratie
-
-Milieu en duurzaam management van natuurlijke hulpbronnen
-
-Infrastructuur, communicatie en transport
-
-Water
-
-Energie
-
-Plattelandsontwikkeling, territoriale planning, landbouw en voedselveiligheid
-
-Bestuur, democratie, mensenrechten en steun voor economische en institutionele hervormingen
-
-Conflictpreventie en instabiele staten
-
-Menselijke ontwikkeling (Onderwijs, gelijke rechten tussen man en vrouw etc.)
-
-Sociale cohesie en werkgelegenheid
Er is een afzonderlijke commissaris voor het beleid humanitaire hulp en rampenbestrijding.
Het einddoel van de Unie is om achtergebleven bevolkingsgroepen in de wereld weer controle te geven over hun eigen ontwikkeling. Daarom richt de hulp zich vooral op de oorzaken van hun achterstand.
Samenwerkingsverbanden
De EU heeft een speciaal samenwerkingsverband met de landen van Afrika ten zuiden van de Sahara, de Caraïben en de Stille Oceaan (de ACS-landen). De samenwerking bestaat al sinds het ontstaan van de Europese Gemeenschap. In 1975 werd de relatie tussen de ACS-landen en de Europese Unie geregeld in de overeenkomst van Lomé. 25 jaar later werd dit opnieuw gedaan door de Cotonou-overeenkomst, die in 2005 werd herzien. Sindsdien wordt gewerkt met de herziene overeenkomst.
Naast het actieve samenwerkingsverband met de ACS-landen, bestaat er ook nauwe samenwerking met de overzeese gebieden die verbanden hebben met Denemarken, Frankrijk, Nederland en Groot Brittannië en die verbonden zijn met de Europese Unie.
Verder wordt er samengewerkt met de landen in het zuidelijk en oostelijk gedeelte van het Middellandse Zeegebied, landen in Midden- en Oost-Europa en voormalige Sovjetrepublieken in Centraal-Azië.
Ontwikkelingsbudgetten
De Europese Unie en haar lidstaten besteden gemiddeld jaarlijks meer dan 5,5 miljard euro aan overheidssteun voor ontwikkelingslanden. De EU-lidstaten zijn verantwoordelijk voor het grootste deel van het budget, maar ook de Europese Commissie heeft ook een fors budget (tot 2013 ruim negen miljard euro per jaar).
In oktober 2011 zijn er echter wel hervormingen in het beleid doorgevoerd. Het doel van deze hervormingen was dat Europese ontwikkelingshulp meer gericht moest worden op regio's, landen en staten die de meeste hulp nodig hebben. Landen en regio's die zelf over genoeg middelen beschikken, zullen geen bilaterale subsidies ontvangen, maar zullen profiteren van hulp in de vorm van partnerschappen met de Unie.
Deze partnerschappen zijn nieuw in het ontwikkelingsbeleid opgenomen, om de belangen van de EU te verdedigen, te bevorderen en om belangrijke mondiale problemen aan te pakken. Verder kan de EU met de partnerschappen werken aan andere thema's naast ontwikkelingsamenwerking in deze partnerschappen. De Europese Commissie heeft eind 2011 negen financiële instrumenten ingevoerd voor het uitvoeren van het beleid ontwikkelingssamenwerking. Deze financiële instrumenten zijn subsidies of financiële steun van de Europese Unie:
-
-Instrument voor pré-toetredingssteun (IPA)
-
-Europees nabuurschapinstrument (ENI)
-
-Instrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI)
-
-Partnerschapinstrument (PI)
-
-Stabiliteitsinstrument (IfS)
-
-Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR)
-
-Instrument voor samenwerking op het gebied van nucleaire veiligheid (INSC)
-
-Instrument voor Groenland (GI)
-
-Europees ontwikkelingsfonds (EOF, buiten EU-begroting)
Voor de periode 2008-2013 is de Europese Commissie verantwoordelijk voor een begroting van 22,7 miljard euro, bestemd voor landen in Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan. Daarnaast is voor de periode 2007-2013 17 miljard euro gereserveerd voor ontwikkelingsbeleid. De besteding van deze middelen moet meer bijdragen aan het behalen van de Millenniumdoelen. Het accent verschuift daarmee van ontwikkeling van infrastructuur naar onderwijs en zorg. Het totale EU-budget voor Europees ontwikkelingsbeleid tussen 2007 en 2013 bedraagt ongeveer 40 miljard euro.
Lees meer
Bron |
Taal |
Soort Informatie |
|---|---|---|
Europese Unie |
NL |
De uitvoering van het Europese ontwikkelingsbeleid, de gunning van contracten en de onderhandelingen met (bijvoorbeeld) Afrikaanse overheden over de besteding van ontwikkelingsgelden berust bij de Europese Commissie.
Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.
Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie
Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Ontwikkeling:
Invloed nationale parlementen
Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.
Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:
Besluitvorming door Raad en Europees Parlement
De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.
De raadsformatie die beslist over Ontwikkelingsbeleid is de Raad Buitenlandse Zaken. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:
Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Ontwikkelingssamenwerking de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland is de volgende Europarlementariër lid:
De volgende europarlementariërs zijn voor Nederland plaatsvervangend lid"
Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.
Voor veel projecten in ontwikkelingslanden kunnen organisaties goedkope leningen sluiten bij de Europese Investeringsbank (EIB).
Hot issues
Nederland
Europese Unie
Activiteitendossier
Factsheet Europees Parlement
Betrokken instanties
Eurobarometer
Internationaal Monetair Fonds
Verenigde Naties
Wereldbank
Overig
