Hongarije - Hoofdinhoud
De Midden-Europese republiek Hongarije maakt sinds 1 mei 2004 deel uit van de Europese Unie. Hongarije behoorde tot 1989 tot het communistische Oostblok. In dat jaar werd het weer een democratisch land.
In Hongarije was vanaf het midden van de 16e eeuw 200 jaar lang sprake van overheersing door en strijd tegen de Turken. Belangrijke vorsten waren Maria Theresia (1740-1780) en Joseph II (1780-1790). Vanaf 1867 ging het hierbij alleen om een personele unie (Ausgleich), waarbij de Oostenrijkse keizer ook koning van Hongarije was. Die eindigde in 1918 na de Eerste Wereldoorlog. Tussen de wereldoorlogen was Hongarije een republiek. In 1956 was Hongarije het toneel van een gewapende opstand tegen het stalinisme. Pas in 1989 kwam het tot ontmanteling van het IJzeren Gordijn aan de grens met Oostenrijk.
Franz Liszt, Béla Bartok en Zoltan Kodaly zijn enkele van de beroemdste musici uit de 1.000 jaar oude staat. Hongarije was ook het vaderland van Ladislao José Bíró, uitvinder van de balpen, János Bolyai, de 19e-eeuwse wiskundige en filosoof, en Tivadar Puskás, die in 1879 de eerste Europese telefooncentrale in Parijs stichtte.
Het Hongaarse elftal werd, onder aanvoering van de voetbal-legende Ferenc Puskas, en met sterren als Kocsis, Czibor en Kubala, tweede tijdens de wereldkampioenschappen van 1954. Het waterpoloteam boekte ook regelmatig successen en werd in 2008 bij de mannen Olympisch kampioen. Hongaarse sporters wonnen op recente Olympische Spelen onder meer medailles bij het kanoën, zwemmen, schermen, schieten en kogelslingeren.
Sinds de parlementsverkiezingen van april 2010 regeert een centrumrechts (christendemocratisch) kabinet-Orbán. Bij die verkiezingen leed de sociaaldemocratische partij een grote nederlaag. Als nieuwe partij kwam het extreemrechtse Jobbik sterk op.
Na de democratische omwenteling van 1989 werd Hongarije een democratische republiek en regeerden aanvankelijk centrumrechtse partijen, met het Hongaarse Democratische Forum als belangrijkste. Uit die beweging was premier Jozsef Antall afkomstig. Hij overleed in december 1993.
Na de verkiezingen van 1994 werd de sociaaldemocraat Gyula Horn premier van een centrumlinks kabinet. In 1998-2002 regeerde centrumrechts onder leiding van de christendemocraat Viktor Orbán. De periode 2002-2010 werd gekenmerkt door politieke instabiliteit. In 2004 werd de sociaaldemocraat Ferenc Gyurcsány premier, nadat zijn partijgenoot Péter Medgyessy het vertrouwen van zijn eigen partij had verloren.
Na de verkiezingswinst van de sociaaldemocraten in 2006 leidde corruptieschandalen, sociale onrust en begrotingsproblemen uiteindelijk in 2009 tot de val van het kabinet. Daarna trad een 'zaken'kabinet aan, onder leiding van de econoom Gordon Bajnai.
Hongarije is een parlementaire republiek, waarin de president vooral ceremoniële taken heeft. De minister-president is de feitelijke regeringsleider. Hij kan zelf ministers benoemen en ontslaan.
Het parlement, de Nationale Assemblee (Országgyülés), telt 386 leden. Zij worden voor vier jaar gekozen. Het parlement is wetgevend lichaam en moet het vertrouwen uitspreken in het kabinet, voordat dit kan gaan regeren. Er vinden hoorzittingen plaats met de kandidaat-ministers.
Er is een Constitutioneel Hof, dat wetten kan toetsen aan de Grondwet. Verder kunnen er referenda worden gehouden.
kiesstelsel
De 386 parlementsleden worden op twee manieren gekozen; kiezers brengen twee stemmen uit. In 176 districten worden afgevaardigden via een meerderheidsstelsel gekozen. Zo nodig volgt een tweede ronde met kandidaten die bij de eerste ronde tenminste 15% van de stemmen behaalden. Door een wijziging van de Kieswet zou er vanaf 2012 nog slechts één ronde zijn, waarin de kandidaat met de meeste stemmen de zetel behaalt, maar het Constitutionele Hof blokkeerde die wet.
Daarnaast worden 152 zetels via evenredige vertegenwoordiging in 20 districten verdeeld. 58 zetels worden (als restzetels) toegewezen aan kandidaten op landelijke lijsten.
partijen
In de Hongaarse politiek spelen nu vier partijen een centrale rol. Ter rechterzijde is dat Fidesz-KDNP. Fidesz (een Hongaars acroniem voor Alliantie van Jonge Liberalen)-Magyar Polgári Szövetség (Hongaarse Burgerunie) is een conservatief-christendemocratische partij die verbonden is met de KDNP (Kereszténydemokrata Néppárt, de Christendemocratische Volkspartij). De partij is aangesloten bij de EVP.
Rechts daarvan staat Jobbik (voluit Jobbik Magyarországért Mozgalom, de Beweging voor een Beter Hongarije). Jobbik betekent feitelijk 'de rechte keuze' of 'een keuze voor rechts'. De partij geldt als extreemrechts, populistisch en nationalistisch (Hongarije voor de Hongaren).
Ter linkerzijde is de sociaaldemocratische MSzP (Magyar Szocialista Párt) de grootste partij, maar in 2010 leed zij een grote verkiezingsnederlaag. Als nieuwe liberaal-groene partij kwam in 2010 de LMP (Lehet Más a Politika, 'Politiek kan anders zijn') op.
Na de democratische omwenteling waren aanvankelijk de centrumrechtse MDF (Hongaars Democratisch Forum), de links-liberale Alliantie van Vrije Democraten (SzDsz) en de Partij van onafhankelijke middenstanders en landbouwers (FKgP) belangrijke partijen, die geregeld deel uitmaakten van coalitiekabinetten. MDF ging grotendeels op in Fidesz.
Het kabinet-Orbán II trad op 29 mei 2010 aan. Vrijwel alle ministers zijn lid van Fidesz. Daarnaast zijn er enkele partijlozen en tweede vicepremier Zsolt Semjén is lid van de christendemocratische KDNP. De minister van Buitenlandse Zaken, János Martonyi, is partijloos.
jaar |
MSzP |
SzDsz |
Fidesz KDNP |
MDF |
FKgP |
Job bik |
Ov. |
totaal |
verkiezings datum |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1990 |
34 |
92 |
42 |
164 |
44 |
10 |
375 |
25 mrt en 9 apr |
|
1994 |
209 |
69 |
42 |
38 |
26 |
2 |
384 |
8 en 29 mei |
|
1998 |
134 |
19 |
148 |
17 |
48 |
15 |
385 |
10 en 24 mei |
|
2002 |
178 |
20 |
188 |
386 |
7 en 21 april |
||||
2006 |
186 |
18 |
164 |
11 |
1 |
386 |
9 en 23 april |
||
2010 |
59 |
262 |
47 |
18 |
386 |
11 en 25 april |
naam |
periode |
kleur |
partijen |
belangrijke ministers |
|---|---|---|---|---|
Antall |
23 mei 1990-12 december 1993 |
centrumrechts |
MDF-FKgP-KDNP |
BuZa: Jeszensky |
Boross |
12 december 1993-15 juli 1994 |
centrumrechts |
MDF-FKgP-KDNP |
BuZa: Jeszensky |
Horn |
15 juli 1994-6 juli 1998 |
sociaal-liberaal |
MSzP-SzDsz |
BuZa: Kovács |
Orbán I |
6 juli 1998-27 mei 2002 |
centrumrechts |
Fidesz-FKgP |
BuZa: Martonyi |
Medgyessy |
27 mei 2002-29 september 2004 |
sociaal-liberaal |
MSzP-SzDsz |
BuZa: Kovács |
Gyurcsány |
29 september 2004-14 april 2009 |
sociaal-liberaal |
MSzP-SzDsz |
BuZa: Somogyi 2004: Göncz |
Bajnai |
14 april 2009-29 mei 2010 |
technocraten |
- |
BuZa: Balász |
Orbán II |
29 mei 2010- |
centrumrechts |
Fidesz-KDNP |
BuZa: Martonyi |
hoofdstad |
Boedapest |
|---|---|
staatshoofd |
Janos Ader (vanaf 10 mei 2012) |
regeringsleider |
Premier Viktor Orban (vanaf 29 mei 2010) |
aantal inwoners |
9.939.470 |
2,0% van de EU |
|---|---|---|
% van de bevolking jonger dan 15 |
14.8% (mannen: 760.253/vrouwen: 714.868) |
|
% van de bevolking van 15 t/m 24 |
11.9% (mannen: 608.369/vrouwen: 574.013) |
|
% van de bevolking van 25 t/m 54 |
41.6% (mannen: 2.074.975/vrouwen: 2.063.952) |
|
% van de bevolking van 55 t/m 64 |
14.2% (mannen: 645.529/vrouwen: 762.489) |
|
% van de bevolking ouder dan 65 |
17.5% (mannen: 646.244/vrouwen: 1.088.778) |
|
gemiddelde levensverwachting |
75.24 jaar |
|
geletterdheid |
99% |
|
bruto binnenlands product (bbp) |
$195,4 miljard |
1,2% van de EU |
|---|---|---|
bijdrage van landbouw aan bbp |
4.5% |
|
bijdrage van industrie aan bbp |
27.2% |
|
bijdrage van dienstensector aan bbp |
68.3% |
|
werkloosheid |
11.2% |
|
oppervlakte |
93.028 km² |
2,1% van de EU |
|---|---|---|
laagste punt |
Tisza River 78 m |
|
hoogste punt |
Kekes 1014 m |
|
aantal zetels in het |
22 van de 754 zetels |
||
|---|---|---|---|
stemgewicht in de |
12 van de 345 stemmen |
||
gastland Europese |
|
||
prominenten in |
Europese Commissie:
|
