Slovenië - Hoofdinhoud
Slovenië ligt aan de zuidrand van de Alpen. Het maakte tot 1991 deel uit van Joegoslavië en was de eerste republiek die zich losmaakte van het staatsverband van dit communistische land. Op 1 mei 2004 trad Slovenië toe tot de Europese Unie. Sinds 1 januari 2007 is de euro in Slovenië wettig betaalmiddel.
Slovenië behoorde lang tot Oostenrijk en ging in 1918 deels over naar het koninkrijk Joegoslavië (en ander deel kwam bij Italië). Vanaf 1945 werd het een socialistische volksrepubliek als deel van de Joegoslavische Federatie. In 1990 werd de naam Republiek Slovenië.
De beeldige hoofdstad Ljubljana draagt talrijke sporen van zijn relaties met Italië en Oostenrijk. De goed georganiseerde economie en moderne industrie hebben heel wat nieuwe relaties opgeleverd. Slovenië produceert ook uitstekende wijnen, en herbergt bij Postojna de spectaculaire grotten.
Prominente Slovenen zijn de Olympische schutter Rajmond Debevec en romanschrijver Brina Svit. Primoz Peterka is een bekende skispringer. In 2008 won de kogelslingeraar Kozmus goud op de Olympische Spelen. Het Sloveense voetbalelftal nam deel aan het Europees Kampioenschap van 2000 en het land was ook vaak succesvol bij het roeien.
Na de val van het centrumrechts kabinet onder leiding van de christendemocraat Janesz Jansa eind februari 2013, is Alenka Bratusek van de partij Positief Slovenië (PS) benoemd tot minister-president. Zij leidt tot de verkiezingen in 2014 een coalitiekabinet van PS, sociaaldemocraten en de partij van gepensioneerden. Het kabinet-Jansa regeerde sinds 2012, maar op 23 januari 2013 trok één van de coalitiepartners zich terug uit het kabinet vanwege een corruptieschandaal waarbij Jansa betrokken zou zijn. Ruim een maand later viel het kabinet definitief.
Tussen 2008 en 2012 had Slovenië een centrumlinks kabinet met sociaaldemocraat Borut Pahor als premier. In juni 2011 verliet Zares, een sociaal-liberale partij, het kabinet dat daarna als minderheidskabinet doorregeerde. Het kabinet verloor 20 september 2011 een vertrouwensvotum in het parlement en in december dat jaar de vervroegde verkiezingen. Een nieuwe partij, Positief Slovenië, won toen veel zetels, maar bleef buiten het kabinet.
Na de onafhankelijkheidsverklaring in december 1990 werden aanvankelijk breed samengestelde kabinetten gevormd. Aan de verkiezingen namen veel partijen deel en in het parlement had geen enkele partij een overwicht. De liberaal Janez Drnovsek was tussen 1992 en 2002 minister-president van vier kabinetten. Een door de christendemocraat Andrej Bajuk geleid centrumrechts kabinet kende in 2000 een korte levensduur.
In de periode 2000-2004 waren er wederom breed samengestelde kabinetten aan het bewind. In 2004-2008 leidde Jansa een centrumrechts kabinet.
Slovenië is een parlementaire republiek, waarin de president vrijwel alleen ceremoniële taken heeft. De president wordt rechtstreeks gekozen voor een periode van vijf jaar (er geldt een maximum van twee ambtstermijnen).
De uitvoerende macht berust bij het kabinet, dat onder meer wetsvoorstellen kan indienen. Die voorstellen worden, net als door een parlementslid, de Nationale Raad of ten minste 5000 kiezers ingediende wetsvoorstellen, door de Nationale Vergadering behandeld. De Nationale Vergadering heeft verder een controlerende taak.
Het parlement van Slovenië bestaat uit twee Kamers, Drzavni Zbor (Nationale Vergadering) en Drzavni Svet (Nationale Raad). De Nationale Vergadering is wetgevend lichaam en moet vertrouwen uitspreken in kabinet en ministers. De Nationale Raad heeft (als college) het recht van wetgevingsinitiatief en een terugzendrecht. Ook kan zij opdracht geven tot het houden van een wetgevingsreferendum of tot toetsing van wetten aan de Grondwet.geestelijke ambtsbedienaren (priesters, dominees)
Slovenië heeft een Constitutioneel Hof en kent referenda. Zowel de toetreding tot de NAVO als de EU werden aan de bevolking in een referendum voorgelegd.
kiesstelsel
Van de 90 leden van de Drzavni Zbor worden er 88 direct gekozen in acht districten, op basis van evenredige vertegenwoordiging. Zetels worden allereerst toegekend op basis van de uitslag in de districten en daarna via de landelijke uitslag. Er is een zetel voor zowel de Hongaarse als de Italiaanse minderheid. Verkiezingen worden iedere vier jaar gehouden.
De 40 leden van de Drzavni Svet worden indirect gekozen. Als vertegenwoordigers van lokale belangen worden in 22 districten kiesmannen gekozen. Daarbij is een absolute meerderheid vereist, zodat soms een tweede ronde nodig is. Deze kiesmannen kiezen 22 leden. De overige 18 leden worden namens belangenorganisaties gekozen, eveneens door kiesmannen. Er zijn vier zetels voor zowel werkgevers- als werknemersorganisaties, vier voor de landbouw- en middenstandsector en zes voor niet-economische belangen. De zittingsduur van de Nationale Raad is vijf jaar.
partijen
De Sloveense politiek werd beheerst door twee middelgrote partijen en enkele kleinere partijen. Lange tijd was de SD (Socialni Demokrati) van oud-premier Pahor de grootste partij. Voorheen heette deze partij ZLSD (Združena Lista Socialnih Demokratov, Lijst van verenigde sociaaldemocraten).
Bij de verkiezingen van 2011 werd een nieuwe, centrumlinkse partij, PS (Pozitivna Slovenija, Postief Slovenië) de grootste.
De tweede partij is de christendemocratische SDS (Slovenska Demokratska Stranka, Sloveense Democratische Partij). De partij is centrumrechts (christendemocratisch) en heeft premier Jansa als voorman. Tot 2003 heette de partij SDSS (Socialdemokratska Stranka Slovenije).
De liberale partij LDS (Liberalna Demokracija Slovenije, Sloveense Liberaal-Democraten) was lange tijd groot en de premiers Drnovsek en Rop kwamen uit de LDS voort. Zij verloor na 2007 aan invloed door een afsplitsing waaruit Zares nova politika (letterlijk: Inderdaad nieuwe politiek), een sociaal-liberale partij ontstond. Oud-Premier Anton Rop stapte over naar de SD.
Een belangrijke rol in de Sloveense politiek speelt ook de centrumlinkse belangenpartij DeSUS (Demokratična Stranka Upokojencev Slovenije, Democratische Partij van de gepensioneerden in Slovenië).
De combinatie van de christendemocratische partijen SLS (Slovenska Ljudska Stranka, Sloveense Volkspartij) en SKD (Slovenski Krščanski Demokrati, Sloveense Christendemocraten) speelt nog slechts een beperkte rol. Na de verkiezingen van 2008 verdween voormalige regeringspartij NSi (Nova Slovenija-Krščanska Ljudska Stranka, Nieuw Slovenië-Christelijke Volkspartij) uit het parlement. Die conservatief, christelijke partij werd gevormd in 2002.
SNS (Slovenska Nacionalna Stranka, Sloveense Nationale Partij) is een kleine, nationalistische en eurosceptische partij.
Op 10 februari 2012 trad het (tweede) kabinet-Jansa aan, dat bestaat uit ministers van SDS, NSi en DeSUS. Minister van Buitenlandse Zaken is Dimitrij Rupel en minister van Financiën oud-premier Andrej Bajuk.
jaar |
ZLSD SD |
SDSS SDS |
NSi |
Zares |
LDS |
DeSUS |
SNS |
SLS- SKD |
Ov. |
verk.- datum |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1992 |
14 |
4 |
22 |
12 |
25 |
11 |
6 dec. |
|||
1996 |
9 |
16 |
25 |
5 |
4 |
29 |
8 dec. |
|||
2000 |
9 |
14 |
34 |
4 |
4 |
17 |
4 |
15 okt. |
||
2004 |
10 |
29 |
9 |
23 |
4 |
6 |
7 |
3 okt. |
||
2008 |
29 |
28 |
9 |
5 |
7 |
5 |
5 |
21 sept. |
||
SD |
SDS |
NSi |
PS |
DeSUS |
SNS |
|||||
2011 |
10 |
26 |
4 |
28 |
6 |
6 |
8 |
4 dec. |
naam |
periode |
kleur |
partijen |
belangrijke ministers |
|---|---|---|---|---|
Drnovsek I |
16 mei 1992-25 januari 1993 |
brede coalitie |
LDS-SDSS-ZLSD-ZS-DS-SSS |
BuZa: Rupel |
Drnovsek II |
25 januari 1993-27 februari 1997 |
brede coalitie |
LDS-ZLSD (tot jan 1996)-SDSS (tot mrt 1994)-SLD |
BuZa: Peterle 1995: Thaler 1996: Kracun |
Drnovsek III |
27 februari 1997-7 juni 2000 |
centrumrechts |
LDS-SLS-DeSUS |
BuZa: Frlec 1997: Thaler |
Bajuk |
7 juni 2000-30 november 2000 |
christendem. |
SDS-SLS/SKD |
BuZa: Peterle |
Drnovsek IV |
30 november 2000-19 december 2002 |
brede coalitie |
LDS-ZLSD-SLS/SKD |
BuZa: Rupel Europa: Potocnik |
Rop |
19 december 2002-3 december 2004 |
brede coalitie |
LDS-ZLSD-SLS |
BuZa: Rupel 2004: Vajgl Europa: Potocnik |
Jansa I |
3 december 2004-21 november 2008 |
centrumrechts |
SDS-NSi-SLS-DeSUS |
BuZa: Rupel |
Pahor |
21 november 2008-10 februari 2012 |
sociaal-liberaal |
SD-DeSUS-LDS-Zares (tot juni 2011) |
BuZa: Zbogar |
Jansa II |
10 februari 2012-20 maart 2013 |
centrumrechts |
SDS-NSi-DeSUS |
BuZa: Rupel |
Bratusek |
20 maart 2013 - heden |
centrumlinks |
PS-SD-DeSUS |
BuZa: Erjavec |
hoofdstad |
Ljubljana |
|---|---|
staatshoofd |
President Borut Pahor (vanaf 22 december 2012) |
regeringsleider |
Premier Alenka Bratusek (vanaf 20 maart 2013) |
aantal inwoners |
1.992.690 |
0,4% van de EU |
|---|---|---|
% van de bevolking jonger dan 15 |
13.4% (mannen: 137.756/vrouwen: 129.420) |
|
% van de bevolking van 15 t/m 24 |
10.3% (mannen: 105.182/vrouwen: 100.255) |
|
% van de bevolking van 25 t/m 54 |
44.2% (mannen: 444.274/vrouwen: 435.702) |
|
% van de bevolking van 55 t/m 64 |
14.7% (mannen: 144.230/vrouwen: 147.774) |
|
% van de bevolking ouder dan 65 |
17.5% (mannen: 138.953/vrouwen: 209.144) |
|
gemiddelde levensverwachting |
77.66 jaar |
|
geletterdheid |
99.7% |
|
bruto binnenlands product (bbp) |
$58,06 miljard |
0,4% van de EU |
|---|---|---|
bijdrage van landbouw aan bbp |
2.7% |
|
bijdrage van industrie aan bbp |
27.6% |
|
bijdrage van dienstensector aan bbp |
69.7% |
|
werkloosheid |
11.9% |
|
oppervlakte |
20.273 km² |
0,5% van de EU |
|---|---|---|
laagste punt |
Adriatic Sea 0 m |
|
hoogste punt |
Triglav 2864 m |
|
aantal zetels in het |
8 van de 754 zetels |
||
|---|---|---|---|
stemgewicht in de |
4 van de 345 stemmen |
||
gastland Europese |
|
||
prominenten in |
Europese Commissie:
|
