Wat kost Europa ons?

Het geld dat de Europese Unie tot haar beschikking heeft bestaat uit middelen die de EU ieder jaar van de 27 lidstaten ontvangt. De lidstaten ontvangen op hun beurt weer geld van de EU in de vorm van bijvoorbeeld landbouwsubsidies  of bijdragen uit de structuurfondsen.

1.

De opbouw van de afdrachten

Hoeveel een land moet afdragen aan de Europese Unie hangt in de eerste plaats af van de totale uitgaven die de Europese Unie in een jaar begroot heeft. Deze uitgaven mogen maximaal 1,24% van het totale inkomen van de lidstaten van de Europese Unie bedragen. De gezamenlijk afdrachten van de lidstaten zullen dus nooit hoger zijn dan 1,24% van hun totale inkomen.

De afdracht van een lidstaat aan de EU bestaat uit drie delen:

  • traditionele eigen middelen: dit zijn voornamelijk douane-heffingen en landbouwsubsidies
  • BTW-middelen: er wordt een vastgesteld percentage van de BTW afgedragen
  • een percentage van het nationaal inkomen: het overgrote deel van de Europese begroting

Daarnaast is er voor veel lidstaten sprake van:

  • een correctie voor het Verenigd Koninkrijk: dit land heeft in de jaren '80 een korting bedongen voor zijn afdrachten. In die periode was de afdracht van het land te hoog in vergelijking met de welvaart die er toen in het land heerste. De korting wordt verrekend met de afdrachten van de andere lidstaten waardoor die iets meer moeten betalen

Tabel: afdracht van Nederland aan de EU in 2006 (miljoenen euro's)

Traditionele eigen middelen

2.191

BTW-middelen

990

afdracht van Bruto Nationaal Inkomen

3.665

Totaal 2006

6.846

2.

Meer informatie

Inhoud

  • Contact
  • Home