Een enorme rookpluim uit een schoorsteen

De Europese Unie neemt de strijd tegen klimaatverandering zeer serieus en spant zich zowel op Europees als internationaal niveau in om klimaatverandering tegen te gaan. In december 2008 hebben de Europese regeringsleiders afgesproken dat de uitstoot van het broeikasgas CO2 in 2020 met 20 procent moet zijn verminderd. Indien er overeenstemming komt over een wereldwijd klimaatverdrag zal de EU haar doelstelling verhogen naar 30 procent uitstootvermindering van CO2 in 2020.

De Europese Unie bereikte in maart 2007 consensus overeenstemming over drie doelstellingen voor 2020 (ten opzichte van 1990):

  • 20 procent vermindering van de uitstoot van broeikasgassen (dit kan oplopen tot 30 procent wanneer er een internationaal klimaatakkoord wordt gesloten)
  • 20 procent minder energieverbruik
  • 20 procent van het totale energiegebruik moet afkomstig zijn uit hernieuwbare energie, zoals wind- en zonne-energie

Bovendien moet in 2020 10 procent van de totale behoefte aan brandstoffen in de vervoerssector bestaan uit biobrandstof. Het doel van deze afspraken is de gemiddelde, wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot minder dan 2°C: het niveau van vóór de opkomst van de industrie. Aan bovenstaande doelstellingen is dus vastgehouden in de onderhandelingen voor het nieuwe klimaatpakket.

De 20-20-20 doestelling moet in werking worden gebracht met de volgende vijf uitgangspunten van het klimaatbeleid:

  • 1. 
    Respect voor de doelstellingen; de gemaakte afspraken moeten ook daadwerkelijk worden nagekomen
  • 2. 
    Erkenning van de verschillende uitgangspositie en verschillende investeringsmogelijkheden van de afzonderlijke lidstaten
  • 3. 
    Aandacht voor de economische gevolgen die de maatregelen hebben en voorkomen dat de concurrentiepositie van Europese bedrijven slechter wordt ten opzichte van bedrijven in andere landen
  • 4. 
    De doelstelling van een internationaal klimaatakkoord niet uit het oog verliezen
  • 5. 
    De noodzaak om nu al naar de langetermijndoelstelling van 50 procent reductie van broeikasgasuitstoot in 2050 te streven

1.

Klimaatverandering

De uitstoot van CO2 draagt in belangrijke mate bij aan klimaatverandering. Het komt vrij bij de verbranding van brandstoffen als aardolie, kolen en aardgas en deze uitstoot wordt daarom veroorzaakt door menselijk handelen. Desondanks is het klimaatsysteem een zeer ingewikkeld systeem, waarbij het moeilijk is om de menselijke invloed voor honderd procent correct aan te geven.

2.

Wat is concreet afgesproken?

De regeringsleiders van de EU-lidstaten hebben de volgende afspraken gemaakt:  

20 procent minder CO2-uitstoot

Vanaf 2013 moeten sommige bedrijven die CO2 uitstoten daarvoor gaan betalen door het kopen van zogenaamde emissierechten: rechten om CO2 uit te stoten. Dit wordt het veilen van emissierechten genoemd. Het oorspronkelijke doel was dat alle bedrijven, dus ook die uit de industriële sectoren, zouden moeten gaan betalen voor hun uitstoot. Onder druk van met name Duitsland en Italië wordt de zware industrie nu ontzien. Deze landen vreesden dat de klimaatmaatregelen nadelig zou zijn voor hun concurrentiepositie: doordat Europese bedrijven extra geld moeten betalen voor emissierechten, zijn landen waar het uitstoten van CO2 niets kost in het voordeel. Wanneer landen minder vervuilen dan is toegestaan, houden ze emissierechten over die ze kunnen verkopen. Dit wordt geregeld middels het European Trading System. Op 19 februari 2013 werd bekend dat de milieucommissie van het Europees Parlement minder emissierechten op de markt wil brengen.

Met de zware industrie heeft de Europese Unie afgesproken dat deze bedrijfstak pas in 2025 moet gaan betalen voor alle uitstoot van CO2. In 2013 wordt nog maar 1/5 van de emissierechten geveild, dit zal stapsgewijs oplopen tot alle rechten in 2025. Op basis van wat nu is afgesproken zullen in 2013 waarschijnlijk 80 procent van de bedrijven in de industrie gratis emissierechten krijgen. Dat zij deze rechten gratis krijgen betekent echter niet dat het ze niets kost om te vervuilen. Ze krijgen alleen die rechten die ze nodig hebben als ze gebruik maken van de 'schoonst beschikbare technologie' in hun sector. Als bedrijven meer uitstoten, zullen ze daarvoor alsnog moeten betalen.

Energiebedrijven in de meeste landen moeten wel al vanaf 2013 gaan betalen voor hun uitstoot. Voor een aantal nieuwe, Oost-Europese lidstaten geldt een uitzondering. Deze landen hebben nog veel oude energiecentrales die gebruik maken van kolen, en die daardoor veel CO2 uitstoten. Zij hoeven pas in 2020 te gaan betalen voor deze uitstoot.

Een van de concrete maatregelen die de Europese Commissie heeft genomen om de toegezegde vermindering van de CO2-uitstoot te bereiken is het aan banden leggen van de verkoop van vervuilende bestelwagens en busjes. In december 2010 is besloten dat nieuwe bestelauto's vanaf 2020 nog slechts 147 gram CO2 per kilometer mogen uitstoten. De uitstoot van bestelauto's is nu gemiddeld 203 gram per kilometer. In eerste instantie komt er een maximumnorm van 175 gram per kilometer in 2017. De nieuwe norm wordt geleidelijk ingevoerd. In 2014 moet 70 procent van de bestelauto's aan de norm van 175 gram voldoen. In 2015 is dat 75 procent, in 2016 80 procent en in 2017 geldt de norm van 175 gram per kilometer voor alle bestelauto's. Wanneer fabrikanten zich hier niet aan houden, krijgen ze een boete.

20 procent minder energieverbruik

Deze norm van 20 procent minder energieverbruik moet onder meer worden bereikt door strengere regelgeving op milieubelastende producten en het ontwikkelen van nog zuinigere elektronische apparaten en auto's die minder brandstof verbruiken. Zo zijn gloeilampen bijvoorbeeld vanaf 2012 verboden.

Om deze doelstelling kracht bij te zetten stelde de EU in 2012 resultaatverplichtingen in voor de lidstaten. Zo moeten energiebedrijven hun klanten helpen op energie te besparen en moeten overheden hun eigen energieverbruik gaan verminderen

20 procent van het totale energiegebruik moet afkomstig zijn uit hernieuwbare energie

In 2020 moet 20 procent van het Europese energiegebruik uit hernieuwbare energiebronnen komen, zoals wind- en zonne-energie. Er zijn juridisch bindende doelen afgesproken voor iedere lidstaat. Voor Nederland geldt dat het aandeel energie gewonnen uit hernieuwbare energiebronnen omhoog moet naar 14 procent in 2020. In 2005 bedroeg dit aandeel in Nederland nog maar 2,5 procent, in 2008 was dat nog maar 3,4 procent. Snel is de stijging dus niet te noemen.

In iedere lidstaat moet in 2020 10 procent van de verkeersbrandstof uit hernieuwbare bronnen komen. Er zijn afspraken gemaakt zodat alleen biobrandstoffen gebruikt worden die geen andere negatieve invloed hebben op het milieu. Dit moet ook het gebruik van elektrische auto's stimuleren. Verder is afgesproken dat nieuwe auto's zuiniger moeten worden. Autofabrikanten worden daarom gedwongen energiezuiniger auto's te maken. Indien zij dit niet doen, riskeren zij een boete van de Europese Commissie.

In 2008 stemden het Europees parlementen in met een ruime meerderheid in met het klimaat- en energiepakket. Het klimaat- en energiepakket werd in 2013 van kracht.

Het pakket bestaat uit de volgende zes concrete maatregelen:

  • 1. 
    Herziening van de handel in emissierechten (ETS - zie hieronder), waarbij de regels voor minder CO2-uitstoot zullen gaan gelden
  • 2. 
    Het opstellen van nationale doelstellingen om een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met 10 procent te bereiken in sectoren die buiten het emissiehandelssysteem vallen (onder meer transport, landbouw en afvalverwerking). De Nederlandse doelstelling werd vastgesteld op 16 procent.
  • 3. 
    Minder broeikasgassen uit transportbrandstoffen
  • 4. 
    Nieuwe regels die de opvang en opslag van CO2 bevorderen
  • 5. 
    20 procent hernieuwbare energie in de totale EU-energieconsumptie, waarbij de doelstellingen per lidstaat bepaald zullen worden
  • 6. 
    Vermindering van CO2-uitstoot van nieuwe auto's

Bij het vaststellen van de specifieke doelstellingen van het klimaat- en energiepakket per lidstaat is uitgegaan van het principe 'de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten'. Voor Nederland komen de doelstellingen neer op een reductie van 15 procent van de uitstoot van broeikasgassen, en een percentage van 14 procent hernieuwbare energie op het totale energieverbruik.

3.

Gevolgen van klimaatverandering

De Europese Commissie presenteerde in april 2013 de EU-strategie voor aanpassing aan de gevolgen van de klimaatverandering. De drie belangrijkste doelstellingen van de strategie zijn:

  • De Commissie zal alle lidstaten aanmoedigen en financiële middelen beschikbaar stellen om hen te helpen hun aanpassingscapaciteiten op te bouwen en maatregelen te nemen.
  • In kwetsbare sectoren zoals de landbouw, de visserij maar ook in de infrastructuur  wordt het gebruik van verzekeringen tegen rampen gestimuleerd.
  • Besluitvorming wordt verbeterd door de kennis over de gevolgen van klimaatverandering te verbeteren. Het Europese klimaataanpassingsplatform (Climate-Adapt) wordt verder ontwikkeld tot het centrale punt voor alle informatie over aanpassing aan klimaatverandering in Europa.

4.

Klimaatconferenties

Gedurende de jaren '90 werden politici wereldwijd zich steeds meer bewust dat klimaatverandering ernstige gevolgen kan hebben voor mens en milieu, en dat de uitstoot van broeikasgassen zoals CO2 door mensen hier een rol in speelt. Latere rapporten van de Verenigde Naties, waar veel wetenschappers het mee eens zijn, bevestigen deze vermoedens. Een agentschap van de Verenigde Naties, de UNFCCC, coördineert het internationale klimaatbeleid door elk jaar een Conference of Parties (COP) te organiseren. Een van de belangrijke COP's was de Conferentie van Kyoto (1997). Tijdens deze conferentie werd het Kyoto Protocol  opgesteld dat op 16 februari 2005 in werking is getreden. Eén van de afspraken uit het protocol is dat de landen de uitstoot van broeikasgassen in 2010 met gemiddeld vijf procent verminderd moesten hebben ten opzichte van 1990. Het Kyoto Protocol zou eindigen in 2012, daarom waren nieuwe afspraken nodig. De Europese Unie zendt delegaties naar klimaatconferenties en treedt daar op als één van de belangrijkste voorvechters van een strenger klimaatbeleid.

In Kopenhagen vonden in december 2009 de onderhandelingen plaats die hadden moeten leiden tot een opvolger van het Kyoto-protocol waarvan de afspraken in 2012 zouden aflopen. Helaas is op deze klimaattop geen overeenstemming bereikt over hoe het Kyoto-protocol moet worden opgevolgd. Uiteindelijk is een niet-bindend akkoord bereikt waarin geen bindende afspraken zijn opgenomen wat betreft uitstootvermindering.

Op de klimaattop eind 2010 in Mexico is wel een bindend akkoord bereikt. De deelnemende landen hebben hier bevestigd dat de gemiddelde wereldwijde temperatuurstijging niet hoger mag zijn dan twee graden. Verder zijn er afspraken gemaakt over CO2 -reductiecijfers en is besloten om een fonds op te stellen dat arme landen moet helpen bij het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering. Er was echter nog geen overeenstemming over verlenging van het Kyoto-protocol.

Op de klimaattop in Zuid-Afrika werd besloten dat het Kyoto-Protocol op vrijwillige basis wordt verlengd tot 2017 of 2020. Daarnaast moet er tot 2015 een routekaart komen voor een nieuw klimaatakkoord dat in 2020 in zal gaan. Over het Groene Klimaatfonds werd ook een akkoord bereikt. Dit fonds moet vanaf 2020 met 74 miljard euro arme landen helpen bij het bestrijden van klimaatverandering.

Op de klimaattop in Doha, Qatar, die werd gehouden van 26 november tot 7 december 2012, is besloten het Kyoto-Protocol te verlengen tot 2020. Het Europees Parlement wil dat de uitstoot van broeikasgassen met 30% verminderd is in 2020, in plaats van de tot nu toe besproken 20%. Het moet zich echter tevreden stellen met de verlenging van het Kyoto-Protocol. Ook is in Doha gesproken over een nieuw klimaatverdrag, wat meer landen dan alleen de oude ontwikkelde landen aan zich moet binden.

Energie-Stappenplan 2050

Om de CO2-uitstoot in 2050 met 80% verminderd te hebben, presenteerde de Europese Commissie in december 2011 het Energie-stappenplan 2050. Dit stappenplan bevat verschillende scenario's waarbij energieproductie koolstofvrij zou moeten worden. Ook worden van deze scenario's de consequenties beschreven. Aan de hand van deze scenario's kunnen lidstaten keuzes maken voor hun eigen beleid.

Het stappenplan concludeert wel dat de volgende vijf elementen van belang zijn voor de werking van alle scenario's:

  • 1. 
    Ontkoling van het energiesysteem
  • 2. 
    Energie-efficiëntie en hernieuwbare energie
  • 3. 
    Vroege investeringen
  • 4. 
    Prijsstijgingen in de hand houden
  • 5. 
    Gezamenlijk actie ondernemen  

5.

CO2-opvang en opslag

Om CO2-emissies wereldwijd terug te dringen en de Europese doelstellingen te halen, moet volgens de EU gebruik worden gemaakt van opvang en opslag van CO2 (carbon capture and storage - CCS) . Met dit proces wordt CO2 opgevangen, via buizen vervoerd en diep onder de grond opgeslagen. Dit betekent dat de CO2 voor onbeperkte duur opgeslagen is en daardoor niet bijdraagt aan de klimaatverandering.

In het kader van het EU-emissiehandelssysteem zal CO2 dat wordt opgevangen en opgeslagen als 'niet-uitgestoten' worden beschouwd. De EU hoopt dat deze aanpak stimulerend zal werken voor de brede invoering van CO2-opvang en -opslag. Verwacht wordt dat CO2-opvang en -opslag in 2030 goed is voor 15 procent van de in Europa benodigde emissiereductie.  

6.

Kosten en baten

De kosten voor de Europese aanpak van klimaatverandering bedragen 0,5 procent van het Europees bruto nationaal product. Dit komt neer op 3 euro per week per Europese burger. In een rapport van de Britse onderzoeker Stern wordt uitgegaan van een prijskaartje dat tien maal zo hoog zal zijn wanneer de klimaatverandering niet wordt aangepakt. De Europese Commissie is van mening dat de aanpak van klimaatverandering kansen biedt voor de Europeanen. Door een Europese aanpak van de klimaatverandering kan het milieu schoner worden en biedt het de EU een unieke kans om zichzelf als goed voorbeeld te presenteren en zo een leidersrol in het internationale klimaatdebat op te nemen.

Commissievoorzitter José Manuel Barroso gaf aan dat een goed Europees klimaatbeleid zowel een oplossing is voor de huidige financiële economische crisis als voor de klimaatcrisis. Een verduurzaming van de Europese economie zal nieuwe uitvindingen stimuleren en voor het bedrijfsleven nieuwe kansen creëren om 'groene' werkgelegenheid te bieden. Bovendien zijn klimaatafspraken goed voor de concurrentiepositie van landen binnen én buiten de EU.

Eurocommissaris Connie Hedegaard (Klimaatactie) heeft inmiddels gezegd dat de crisis niet alleen deels opgelost kan worden door het klimaatpakket, maar dat deze ook een trigger kan zijn om de CO2-doelstelling te verhogen. Haar analyse heeft aangetoond dat de kosten van het verhogen van de doelstelling door de crisis minder hoog zijn dan eerder gedacht. Volgens dit rapport zijn de kosten om van 20%-reductiedoel geslonken van €70 miljard per jaar naar €48 miljard. Aangezien het is geschat dat een doelstelling van 30 procent €81 miljard per jaar zou kosten, lijkt dit doel ineens een stuk aantrekkelijker. Aan de andere kant, vanwege dezelfde crisis zijn bedrijven minder geneigd om te investeren in duurzame ontwikkeling op korte termijn.

7.

 Voorlopige resultaten

Uit gegevens van het Europees Milieuagentschap blijkt dat veel lidstaten in 2008 vooruitgang hebben geboekt met het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. De emissies van de EU-15 landen (de landen die al lid waren langer vóór de uitbreidingsrondes in 2004 en 2007) zijn met 1,9 procent gedaald ten opzichte van het jaar 2007. Dat is tot 6,9% onder het niveau van het referentiejaar (voor de meeste landen is dat het jaar 1990).

De emissies voor de EU-27 zijn met 2,0% gedaald en liggen nu 11,3% onder het niveau van het referentiejaar. De recessie, die in de tweede helft van 2008 begon, heeft veel invloed gehad op de daling van de uitstoot van broeikasgassen. Het meest opvallend was dat voor de eerste keer sinds 1992, de internationale vliegtuigindustrie ook een lagere broeikasgasuitstoot noteerde ten opzichte van het jaar ervoor. Voor de vervoersector geldt dat hoge olieprijzen mede verantwoordelijk waren voor reductie van CO2-uitstoot. In december 2008 werd bovendien een voorlopig akkoord bereikt over het zuiniger en milieuvriendelijker maken van nieuwe auto's die vanaf 2012 op de markt komen.

Het jaarlijkse voortgangsverslag van de Europese Commissie, stelt dat de lidstaten goede vooruitgang boeken bij hun inspanningen om te voldoen aan hun afzonderlijke doelstellingen volgens de binnen de EU afgesproken lastenverdeling. Volgens de laatste metingen liggen de EU-lidstaten comfortabel op koers om 20 procent van het totale energiegebruik uit hernieuwbare bronnen te halen in 2020.

Begin 2011 rezen bij de Europese Commissie twijfels over de mogelijkheid om de klimaatdoelstellingen voor 2050 te behalen met de voorgenomen CO2-reductie voor 2020. Volgens eurocommissaris Hedegaard (klimaat) zou een besparing van 25 procent in plaats van 20 procent in 2020 nodig zijn om aan langetermijndoelstellingen te voldoen. In de in maart gepubliceerde '2050 Roadmap' kwamen deze twijfels echter niet meer terug. In plaats daarvan benadrukte de Commissie dat als het huidige beleid wordt voortgezet in 2020 een beperking in de CO2-uitstoot van 25 procent haalbaar is, in plaats van 20 procent. In november 2012 stelde het Europees Parlement in een resolutie dat 30 procent het streven moet zijn.

Daarnaast werd in de '2050 Roadmap'  bericht dat de EU als geheel goed op weg was om aan één van de twee andere doelstellingen te voldoen: In 2020 zal meer dan 20 procent van de energie in de Europese Unie afkomstig zijn uit hernieuwbare energiebronnen.

Wat beperking van het energiegebruik betreft, blijft de EU achter bij de doelstellingen, wat de Europese Commissie ertoe bracht een plan voor efficiënter energiegebruik op te stellen. 

8.

Reacties op het klimaat- en energiepakket

Toenmalig Europarlementariër Dorette Corbey was tevreden dat de oliemaatschappijen 10 procent minder CO2 mogen veroorzaken per liter benzine of diesel. Corbey, die namens het Europees Parlement de onderhandelingen over deze richtlijn voerde, verwachtte daarom meer biobrandstoffen en meer elektrische auto's.

CDA'er Lambert van Nistelrooij beloonde de afspraken met het cijfer acht. Volgens hem boden ze een goed uitgangspunt voor onderhandelingen tijdens de internationale klimaattop in Kopenhagen. ,,We zijn erin geslaagd de tanker 10 procent te laten draaien. Dat is een hele prestatie'', aldus het EP-lid.

GroenLinks was daarentegen teleurgesteld. Het steunde maar drie van de zes milieuwetten die samen het klimaatpakket vormen. De rest schoot serieus tekort om de Europese economie om te vormen tot een minder vervuilende, aldus het toenmalige EP-lid Kathalijne Buitenweg.

Toenmalig eurocommissaris van milieu, Dimas, was erg blij met het pakket aan concrete maatregelen die het mogelijk maken de doelstelling van 20 procent minder uitstoot in 2020 te halen. Het laat volgens hem ook goed de betrokkenheid van de EU zien bij het tegengaan van klimaatverandering. Het zal daarbij ook andere landen aanzetten dit goede voorbeeld te volgen.

Toenmalig eurocommissaris van energie, Piebalgs, was ook erg tevreden met de uitkomst. Volgens hem is de EU nu goed op weg naar een economie gebaseerd op een lage CO2-uitstoot waarin duurzame energie een belangrijke rol speelt.

Milieuorganisaties reageerden niet positief op het nieuwe klimaat- en energiepakket.  Zij vinden dat de regeringleiders het plan hebben uitgekleed. 'Een zwarte dag voor het klimaat' aldus WNF, OXFAM, en Greenpeace. Greenpeace verweet het Europees Parlement dat het geen lef had om de maatregelen te verscherpen. ' Het pakket maatregelen is nog niet de helft van wat nodig is in de strijd tegen klimaatverandering, zei campagnedirecteur Joris den Blanken van Greenpeace. Het WNF vond de besluiten niet bepaald de revolutie die was verwacht. Een groot deel van de CO2-maatregelen mag worden uitgevoerd in projecten ver buiten de EU, verweet WNF-specialist Delia Villagrasa.

Het beoogde nieuwe doel van 30 procent minder CO2-uitstoot is warm verwelkomd door GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout. Volgens hem is een hogere klimaatambitie essentieel om de stap naar een groene economie te kunnen maken. Hij krijgt bijval van Judith Merkies, EP-lid voor de PvdA. Ook zij hoopt dat een CO2-reductie van 30 procent het formele doel wordt. Wel waarschuwt ze dat bedrijven ondersteund moeten worden bij de extra inspanningen die zij moeten leveren om dit doel te bereiken. Ook Greenpeace toonde zich verheugd.

De Europese Rekenkamer stelde in een rapport van 14 januari 2013 dat EU-landen vaak niet energie-efficiënt investeren. Bij veel investeringen is de besparing van energie geen hoofddoel, maar vormt het hooguit een tweede prioriteit.

9.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de Europese aanpak van klimaatverandering, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.

Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.

  • De CO2-uitstoot moet in Europa verminderd worden met 30 procent in 2020, in plaats van met 20 procent

    Het is aangetoond dat de doelstelling voor vermindering van de CO2-uitstoot zonder al te veel extra geraamde kosten verhoogd kan worden van 20 naar 30 procent. Nu is de tijd om actie te ondernemen en voor een langere termijn een ambitieus doel te stellen. Alleen zo kan de EU leiderschap tonen in het klimaatdebat, na het fiasco in Kopenhagen. Economieën als Brazilië en Zuid-Korea kennen al duurzamere technieken dan in Europa gebruikt worden. Met een ambitieuzere doelstelling kan de EU op gelijke voet concurreren met deze landen.

10.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

11.

Meer informatie

  • Contact
  • Home