EU-octrooi: haalbaar of niet? - Hoofdinhoud
Octrooien of patenten zijn van groot belang voor het innovatie- en concurrentievermogen van een economie. Uit onderzoek van de Europese Commissie blijkt dat sectoren waar meer octrooien worden verleend, gemiddeld gezien innovatiever zijn. En innovatie zorgt voor economische groei.
Onderzoekers en ondernemers klagen over de omslachtigheid en bureaucratische lastendruk die het aanvragen van octrooien in Europa met zich meebrengt: het is kostbaar en tijdrovend. In alle landen van de EU gelden namelijk andere regels. Een EU-octrooi dat geldig is in alle lidstaten moest dit oplossen.
In december 2009 werd overeenstemming bereikt over de oprichting van een Europees Octrooigerecht en een EU-octrooi, dat geldig zou moeten zijn in alle lidstaten van de EU. Overeenstemming over de taal waarin een octrooiaanvraag moet worden ingediend werd echter niet bereikt. Dat onderwerp was te gevoelig en werd buiten de besprekingen tussen de lidstaten gehouden. Daardoor liet het EU-octrooi op zich wachten.
In december 2010 lukte het de ministers van Economische Zaken van de EU-lidstaten opnieuw niet een akkoord te bereiken over de taal van het EU-octrooi. Elf lidstaten besloten daarop om een voorhoede te vormen, waarbij andere landen later kunnen aanhaken. Ze willen nu een octrooisysteem invoeren dat geldt in de deelnemende lidstaten, dus niet in de hele Europese Unie, zoals oorspronkelijk het plan was.
In februari 2011 werd bekend dat het Europees Parlement akkoord gaat met het plan van deze voorhoede. In maart stemde de Raad Concurrentievermogen ook in met het plan en sloten nog veertien lidstaten zich bij de samenwerking aan. Alleen Spanje en Italië doen nu nog niet mee, uit onvrede met de talen waarin het EU-octrooi opgesteld zou worden.
In november 2011 kwam het EU-octrooi weer een stukje dichterbij. De EP-commissie Juridische zaken gaf haar goedkeuring aan een mandaat om formele onderhandelingen met de nationale regeringen te openen voor het tot stand brengen van een gemeenschappelijk octrooi.
Binnen Europa worden minder patenten aangevraagd dan in bijvoorbeeld Japan of de Verenigde Staten. Er zijn meerdere redenen voor de achterstand van de EU. Op dit moment moet een octrooi in Europa voor iedere lidstaat apart worden aangevraagd. Dat kan wel gebundeld gebeuren via het Europees Octrooibureau (EOB), maar in feite zijn dat nog steeds allemaal aparte octrooien. Die moeten dan nog op nationaal niveau worden bekrachtigd. Dit betekent dat er veel kosten aan verbonden zijn, bijvoorbeeld voor administratie en vertalingen.
Ook valt ieder octrooi onder zijn eigen nationale regelgeving. Succesvol een octrooi aanvragen in het ene Europese land, betekent niet dat het in het andere Europese land ook goed gaat. Het aanspannen van een procedure, omdat er inbreuk gemaakt wordt op een octrooi, kan in verschillende landen tot andere uitspraken leiden.
Om een einde te maken aan de kostbare en tijdrovende aanvraagprocedure voor octrooien, probeert de Europese Unie al jarenlang een gemeenschappelijk octrooi voor alle lidstaten op de rails te krijgen. In 2000 diende de Europese Commissie een voorstel in voor een verordening betreffende een Gemeenschapsoctrooi.
Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is de Europese Gemeenschap opgegaan in de EU en wordt gesproken van een EU-octrooi, in plaats van Gemeenschapsoctrooi.
Een EU-octrooi is (in tegenstelling tot een Europees bundeloctrooi) in alle EU-landen geldig en valt onder dezelfde octrooiwetten.
Europees Bundeloctrooi en EU-octrooi |
|---|
Een Europees Bundeloctrooi is iets anders dan een EU-octrooi (voorheen Gemeenschapsoctrooi genoemd). Het eerste is een 'bundel' van verschillende octrooien van Europese landen, terwijl het tweede een octrooi is dat in de hele Europese Unie geldig is. |
Voordelen van het EU-octrooi:
-
-grote kostenreductie door afgenomen vertaalwerk en afgenomen hoeveelheid inschrijvingen
-
-uitvinding of innovatie is direct in de hele EU beschermd: one-stop-shop
-
-Europa kan een betere concurrentiepositie krijgen ten opzichte van Japan en de Verenigde Staten
In december 2009 is een belangrijke stap gezet om het aanvragen van patenten gemakkelijker te maken. De EU-landen kwamen overeen dat er een gemeenschappelijk EU-octrooi komt. Alle EU-landen zijn daarmee akkoord gegaan.
Het Europees Parlement moet nog instemmen met de overeenkomst over het EU-octrooi.
Naast het EU-octrooi is het oplossen van geschillen over octrooien ook een belangrijk punt. Op dit moment is het zo dat een octrooi dat is verleend door het EOB valt onder de nationale regels van het land waar het octrooi wordt gebruikt. Als er inbreuk wordt gemaakt op het octrooi, dan moet dat in elk land apart worden opgelost. Tot nu toe is er geen centrale instantie voor geschillenbeslechting.
Totdat er een Europees Octrooigerecht is, lopen belanghebbenden dus het risico dat ze in meerdere landen procedures moeten starten als er inbreuk wordt gemaakt op hun octrooi. Dat kan duur zijn en leidt vooraf mogelijk al tot het besluit om geen octrooi aan te vragen.
Het in december 2009 door de lidstaten genomen besluit tot de oprichting van een Europees Octrooigerecht, dat moet oordelen over geschillen omtrent octrooien, was een belangrijke stap. Het Europese Hof van Justitie stelde in maart 2011 echter dat het Europees Octrooigerecht geen Europees recht zou mogen toepassen en dat het gerecht nationale rechtbanken rechten zou ontnemen.
De lidstaten die achter de ontwikkeling van het octrooi staan, stellen echter verder te zullen gaan met het ontwikkelen van het octrooi. Wel zullen ze kijken hoe het Octrooigerecht in overeenstemming te brengen is met de geldende Europese wetgeving.
Eén belangrijke kwestie werd in december 2009 buiten de besprekingen gehouden: de vraag in hoeveel talen octrooien vertaald moeten worden. In juli 2010 deed Eurocommissaris Barnier een voorstel om ze te verlenen in het Engels, Duits en Frans, de officiële talen van het Europees Octrooibureau.
Over de vraag in hoeveel talen octrooiaanvragen moeten worden vertaald is lang getwist door de EU-lidstaten. Landen als Spanje en Italië accepteren niet zomaar dat vertalingen van octrooien in hun taal geen vereiste zijn.
Nadat op 10 november 2010 geen akkoord was bereikt, hebben de EU-landen op 10 december 2010 verder onderhandeld over het EU-octrooi. Ook toen werd geen overeenstemming bereikt over een regeling die op de hele Europese Unie van toepassing is. Daardoor kwam een alternatief in beeld.
Toen niet alle lidstaten het over één octrooi voor de EU eens konden worden vormden elf lidstaten (Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Duitsland, Litouwen, Luxemburg, Nederland, Slovenië, Zweden en het Verenigd Koninkrijk) in december 2010 een voorhoede, waarbij andere landen konden aanhaken. Sinds het Verdrag van Lissabon is dat mogelijk, maar het EU-patent is het eerste waarbij verdergaande samenwerking tussen een deel van de lidstaten plaatsvindt op het gebied van de interne markt.
In maart 2011 sloten ook de andere EU-lidstaten met uitzondering van Italië en Spanje zich aan bij de regeling. Deze twee landen willen niet meedoen totdat ook hun eigen talen worden erkend voor de nieuwe octrooiregeling. Ook met 25 deelnemende landen wordt het aanvragen van een octrooi al veel goedkoper en gemakkelijker: de kosten dalen van ongeveer 80.000 euro naar circa 6000 euro.
Het Poolse voorzitterschap wil de onderhandelingen over één gemeenschapsoctrooi vlot trekken. Onder Poolse leiding zou inmiddels een compromis zijn bereikt over de geldigheid van octrooien in de gehele EU én over een geharmoniseerd systeem van geschillenbeslechting.
