Submenu:
Samen sterk: lekker simpel. - Hoofdinhoud
Europa is een veilig en rijk werelddeel en mensen van buiten Europa kijken er vaak verbaasd en jaloers naar. Nergens ter wereld werken landen namelijk zo goed met elkaar samen als in ons werelddeel. Tot 50 jaar geleden was dit heel anders. De Europese landen vertrouwden elkaar vaak niet en voerden steeds vreselijke oorlogen.
De laatste grote oorlog in Europa was de Tweede Wereldoorlog. Na deze oorlog vonden de mensen in Europa dat zoiets nooit meer mocht gebeuren. Daarom zochten de landen in Europa een nieuwe manier om te werken aan vrede, veiligheid en economische groei. Zij besloten toen om niet langer alleen, maar samen te gaan werken.
Ze kozen ervoor om de problemen die een land niet alleen kan oplossen, samen aan te pakken. Hierbij moet je denken aan klimaatsverandering, milieuvervuiling, criminaliteit enzovoort. Deze samenwerking noemen we nu de Europese Unie (EU). De meeste landen van Europa zijn al lid van de Europese Unie of willen graag lid worden.
Ondertussen zijn we al zo aan de welvaart en het succes van de Europese Unie gewend dat we ons nauwelijks iets anders meer kunnen voorstellen. We houden ons vooral bezig met onze eigen problemen en eigenlijk niet met Europese problemen. Als we al aan Europa denken vinden we dat maar knap ingewikkeld.
Dat is het ook als je precies wil weten hoe de Europese Unie werkt. Maar als je de hoofd- en bijzaken een beetje uit elkaar houdt, dan is het succes van Europa eigenlijk heel makkelijk te begrijpen.
Het recept voor het succes van de Europese Unie
De belangrijkste ingrediënten voor het succes van de Europese Unie zijn:
Werk samen
Zorg er voor dat je bij problemen die je als land niet in je eentje kan oplossen, met andere landen samenwerkt. Milieuproblemen, bijvoorbeeld, kunnen veel makkelijker worden opgelost als je samenwerkt met meerdere landen. Vervuilde lucht of water blijft niet binnen één land. Als er wind staat waait de vervuilde lucht zo naar een ander land en een forse stroming kan ervoor zorgen dat het vervuilde water in een buitenlandse rivier, zee of meer terecht komt. Als meerdere landen samenwerken kunnen zij er samen voor zorgen dat de vervuiling van de lucht en het water verminderd. Er zijn veel meer problemen die zoals milieuproblemen beter samen kunnen worden aangepakt.
Zorg ervoor dat elk land zichzelf blijft
Samenwerken betekent niet dat alle landen in de EU hetzelfde moeten worden. De verschillen in Europa zijn juist heel belangrijk. Ieder land doet namelijk waar het zelf goed in is. Nederland weet bijvoorbeeld veel van het tegenhouden van water (denk aan dijken) en Frankrijk en de landen van Oost-Europa hebben weer veel ruimte voor de landbouw. De Europese Unie als geheel heeft dus en verstand van het bouwen van dijken en een heleboel landbouwproducten. Dit kunnen de EU-landen onderling uitwisselen, maar ook op de wereldmarkt als Europese producten verkopen.
Niet alleen heeft elk Europees land andere kwaliteiten, ook heeft ieder land een eigen cultuur en geschiedenis. Juist doordat alle landen verschillend zijn gaan veel toeristen van binnen en buiten Europa op vakantie naar de verschillende landen. Dit levert deze landen veel geld op. Als alle landen ineens hetzelfde zouden zijn zou niemand meer speciaal naar Nederland willen komen om bijvoorbeeld molens of de Nederlandse klederdracht te zien.
Haal de grenzen in Europa weg
Haal de grenzen tussen de landen die meedoen, zoveel mogelijk weg. Zo wordt het veel makkelijker om met elkaar te handelen. Aan zo'n grote markt zonder grenzen (ook wel de interne markt genoemd) verdienen de deelnemende landen dan ook veel geld.
Ook is het met open grenzen veel makkelijker om in een ander land te studeren, te werken, te wonen of gewoon op vakantie te gaan. En ook heel belangrijk: omdat het samenwerken en handelen zo veel oplevert, laten we het wel uit ons hoofd om oorlog te voeren.
Laat anderen ook profiteren van het succes
Veel landen buiten de Europese Unie willen dolgraag samenwerken of lid worden van de EU. De EU kan daardoor voorwaarden stellen. Bijvoorbeeld dat de regeringen van deze landen goed moeten omgaan met mensenrechten of dat de criminaliteit in die landen wordt aangepakt. In ruil daarvoor mogen deze landen samenwerken met de EU. Zo worden de buurlanden van de Europese Unie ook veiliger.
Samenwerking met andere landen is ook goed voor bijvoorbeeld de handel. Wij kunnen onze producten makkelijker verkopen in landen buiten de Europese Unie en de landen buiten de EU kunnen hun
Het succes van de Europese Unie heeft ook nadelen. Voor dit succes moeten we namelijk een prijs betalen. En dan hebben we het niet over geld, want Europa levert ons eigenlijk meer op dan dat het kost. Nee, de prijs die we moeten betalen is vooral dat er heel wat spelregels nodig zijn om goed te kunnen samenwerken.
De Europese regels zijn er om het samenwerken makkelijker te maken en niet om alle verschillen tussen de landen te laten verdwijnen. Voor er nieuwe Europese afspraken worden gemaakt wordt daarom eerst gekeken of landen sommige dingen niet beter zelf kunnen regelen. Is dat niet zo, dan wordt bekeken hoe de zaken het beste gezamenlijk kunnen worden aangepakt.
Vaak zijn landen het er wel over eens wanneer iets met z’n allen moet worden aangepakt. Maar ze zijn het er vaak niet over eens op welke manier dat moet gebeuren. In 2003 telde de Europese Unie 15 lidstaten, inmiddels zijn het er 27. De Unie groeit dus snel. Dan merk je ineens dat hoe meer landen meebeslissen over de aanpak van problemen, hoe lastiger het wordt om al deze landen tevreden te stellen.
De landen in de EU willen zo veel mogelijk hun eigen cultuur, politieke ideeën en regels houden. Ze willen namelijk niet allemaal hetzelfde worden. Daarom is het recept van Europa wel lekker simpel, maar de uitwerking soms best ingewikkeld. Er moet namelijk rekening worden gehouden met de verschillende kwaliteiten, ideeën, culturen en meningen van alle landen. Daarnaast moet er voor worden gezorgd dat alle landen even veel te zeggen hebben en dat niet alleen de grote landen hun zin krijgen.
Om alles goed te laten verlopen zijn er dus een heleboel afspraken en spelregels nodig. Ook moeten die spelregels soms worden aangepast,al helemaal als er steeds meer landen meedoen. Daardoor wordt het ook steeds moeilijker om het eens te worden over het aanpassen van die regels.
In de periode 2004/2007 groeide het aantal EU-landen van 15 naar 27. Daarom moesten er nieuwe afspraken worden gemaakt over de manier waarop besluiten worden genomen. Het duurde namelijk vaak te lang voor de landen tot een besluit konden komen.
In 2004 werd er daarom een nieuw verdrag (alle spelregels samen) gepresenteerd, met daarin veel oude en een aantal nieuwe afspraken om beter besluiten te kunnen nemen. Dat verdrag werd ook wel de Europese Grondwet genoemd. Voordat dat verdrag in werking kon treden, moesten alle landen het ermee eens zijn.
In 2005 gaven de burgers in Nederland en Frankrijk aan dat zij het niet eens waren met de voorgestelde Europese Grondwet. Veel mensen waren bang dat Europa te veel invloed zou krijgen op hun eigen land. Deze grondwet werd dus niet ingevoerd.
Het duurde tot eind 2007 voordat de 27 landen het eens werden over een ander voorstel: het zogenaamde Verdrag van Lissabon. In dit verdrag werd geregeld dat de afzonderlijke landen in een groot aantal gevallen geen veto meer kunnen uitspreken. Dat betekent dat het in meer gevallen niet meer mogelijk is dat één land een voorstel kan tegenhouden waar alle andere landen voor zijn. Natuurlijk staan er nog veel meer regels in het verdrag, maar de bovenstaande regel is de belangrijkste omdat de Europese Unie nu sneller beslissingen kan nemen.