Submenu:
-
03-02Frans-Duits topberaad over crisis
-
03-02De Jager waarschuwt Griekenland
-
03-02'Italië wil af van verscherpt IMF-toezicht'
-
03-02Grieken parkeren spaargeld in het buitenland

Submenu:
-
06-02Joint workshop of the European Central Bank and the Bank for International Settlements on “Global Liquidity and its International Repercussions”
-
06-02Tweede pakket wetgeving financiële markten (tweede FM-pakket), Den Haag
-
06-02European Economic Governance: Current Status and Future Prospects
-
07-02Innovation Union Scoreboard reveals Member States' innovation performance

Economisch en monetair beleid - Hoofdinhoud
Toen de Europese Unie in 1957 werd opgericht, hadden de deelnemende landen het doel om een gezamenlijke handelsmarkt te vormen. Door de tijd heen werd duidelijk dat een verdere samenwerking op economisch en monetair gebied nodig was om te kunnen profiteren van een gemeenschappelijke markt en een betere werking van de hele Europese economie. Door de verdergaande samenwerking zijn voor de inwoners van de EU meer banen en welvaart ontstaan. In 1991 werd met het Verdrag van Maastricht zelfs besloten om een sterke Europese munt in te voeren in de 21e eeuw.
Het economisch en monetair beleid kent doelstellingen op verschillende termijnen:
Korte termijn (tot 1 jaar)
Op deze termijn wil de EU met name economische stabiliteit behouden. Daarbij gaat het om voldoende werkgelegenheid en behoud of verbetering van koopkracht.
Middellange termijn (1 - 10 jaar)
Op deze termijn richt het beleid zich vooral op het behoud van groeimogelijkheden voor de economie. Hierbij is het voor de EU van belang dat de lidstaten een gezonde begroting en een evenwichtige arbeidsmarkt hebben en dat de euro waardevast is.
Lange termijn (meer dan 10 jaar)
Bij deze doelstellingen gaat het om ontwikkelingen die een termijn van 10 jaar overschrijden. Op deze termijn spelen verschijnselen als vergrijzing, klimaatverandering en globalisering een belangrijke rol.
Langetermijnontwikkelingen verdienen - meer dan kortetermijnontwikkelingen - de aandacht van de gehele EU, omdat de oplossingen voor de problemen vaak ook pas werken op de lange termijn en als ze breed worden toegepast.
-
Statistieken en op elkaar afstemmen van nationale economieën
Elke lidstaat van de Europese Unie is lid van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Deze monetaire unie streeft naar een optimale integratie van de nationale economieën, zodat economische groei en welvaart gestimuleerd worden.
Zeventien lidstaten van de Europese Unie nemen deel aan de laatste fase van de EMU. Zij gebruiken de euro als betaalmiddel en stemmen hun economische en financiële politiek op elkaar af binnen de Eurozone.
-
Gevorderde economische integratie: eurobeleid
In zeventien EU-landen kan met euro's worden betaald: België, Cyprus, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Slovenië, Slowakije en Spanje.
Ook de landen die na de invoering van de euro lid van de EU zijn geworden, zijn verplicht om op termijn de euro in te voeren. Zij moeten dan wel eerst voldoen aan bepaalde voorwaarden die de Europese Unie heeft opgesteld. Zo mag een land bijvoorbeeld niet teveel schulden hebben.
In de praktijk
Al vanaf 1989 hebben de lidstaten van de Europese Unie toegewerkt naar de euro. In 2002 konden wij in Nederland voor het eerst met de euro betalen.
-
Voorkomen van begrotingstekorten: stabiliteits- en groeipact
In het Stabiliteits- en groeipact spreken de landen die lid zijn van de Europese Unie af dat hun begrotingen in evenwicht zijn of een overschot hebben. Dat betekent dat de regeringen niet meer geld uitgeven dan dat ze ontvangen. Dat doel hoeft nog niet meteen bereikt te worden, maar de EU-landen moeten er wel naartoe werken. De afspraken zijn gemaakt in 1997.
De eisen van het Stabiliteits- en groeipact zijn:
De Europese Unie is in de loop van haar bestaan één van de grootste handelsblokken ter wereld geworden. Van alle handel wereldwijd wordt 20% door de EU bedreven. Daarnaast is de euro een zeer sterke internationale valuta geworden.
De EU houdt contact met veel landen en financiële instellingen. Via die weg probeert ze grip te houden op het proces van economische integratie. Uiteindelijk doel is meer welvaart en stabiliteit in de EU en, waar mogelijk, in de rest van de wereld.
-
Hervormen van het economische beleid: Europa 2020-strategie
De EU 2020-strategie is de langetermijnstrategie van de Europese Unie voor een sterke en duurzame economie met veel werkgelegenheid. Deze strategie moet ervoor zorgen dat de Europese economie zich ontwikkelt tot een zeer concurrerende, sociale en groene markteconomie en bouwt voort op de Lissabonstrategie.
-
Het verbeteren van onze internationale concurrentiepositie door het invoeren van een EU-octrooi
Octrooien of patenten zijn van groot belang voor het innovatie- en concurrentievermogen van een economie. Uit onderzoek van de Europese Commissie blijkt dat sectoren waar meer octrooien worden verleend, gemiddeld gezien innovatiever zijn. En innovatie zorgt voor economische groei.
Europese financiële waakhonden
Op 2 december 2009 hebben de Europese ministers van Financiën in Brussel besloten tot de oprichting van drie toezichthouders voor de financiële markten. Zo komt er een Europese toezichthouder voor de banken, een Europese toezichthouder voor verzekeraars en pensioenfondsen, en een Europese toezichthouder voor leningen en aandelenmarkten.
Dit besluit is genomen naar aanleiding van de ernstige economische crisis die de hele wereld in haar greep houdt.
Samen zijn de Europese Toezichthoudende Autoriteiten (ETA) verantwoordelijk voor het uitvoeren van een pakket van regelgeving en consequente toezichtprocedures voor de overheden van alle EU-landen.
Basel III regels
In reactie op de financiële en economische crisis hebben vertegenwoordigers van centrale banken en toezichthouders van de 27 grootste economieën ter wereld, waaronder de EU en de Verenigde Staten, besloten dat banken grotere reserves kapitaal in kas moeten houden. Op deze manier moeten zij beter bestand zijn tegen toekomstige crises en moet voorkomen worden dat overheden moeten ingrijpen. Deze regels heten de Basel III-regels. De voormalige president van de Europese Centrale Bank (ECB) Jean-Claude Trichet noemde de nieuwe regels 'een fundamentele verbetering' van het kapitaalsysteem.