Submenu:
-
08-09Euro op dieptepunt tegen Zwitserse frank
-
08-09Eurocommissaris Barnier (interne markt en diensten) wil vaker stresstest banken
-
07-09Andere eurolanden draaien op voor afhaken Slowakije bij lening Griekenland
-
07-09Nog geen akkoord in EU over bankentaks

Submenu:
-
13-09Parlementaire Commissie vergadering: Economische en monetaire zaken, Brussel
-
14-09Investigating Diversity in the banking Sector in europe: The role of Cooperative banks
-
15-09Governing Council meeting of the ECB
-
15-09European Commission will propose measures on derivatives, Credit Default Swaps and short selling to restore confidence in financial markets

Economisch en monetair beleid - Hoofdinhoud
Toen de Europese Unie in 1957 werd opgericht, hadden de deelnemende landen als doel om een gezamenlijke handelsmarkt te vormen. Door de tijd heen werd duidelijk dat een verdere samenwerking op economisch en monetair gebied nodig was om te profiteren van een gemeenschappelijke markt en een betere werking van de hele Europese economie. Door de verdergaande samenwerking zijn meer banen en welvaart ontstaan voor de inwoners van de EU. In 1991 werd met het Verdrag van Maastricht zelfs besloten om te streven naar een sterke Europese munt in de 21e eeuw.
Het economisch en monetair beleid heeft doelen op verschillende termijnen.
Korte termijn
Op deze termijn, die tot ca. 1 jaar in de toekomst strekt, wil de EU met name economische stabiliteit behouden. Zo moeten er bijvoorbeeld voldoende banen zijn en moet de koopkracht worden behouden of verbeterd.
Middellange termijn
Op deze termijn (ca. 1 tot 10 jaar in de toekomst) is het voornamelijk van belang om de groeimogelijkheden voor de economie te behouden. Hierbij wil de EU dat de lidstaten een gezonde begroting en een evenwichtige arbeidsmarkt hebben en dat de euro waardevast is.
Lange termijn
Dit gaat om ontwikkelingen die zich strekken voorbij 10 jaar in de toekomst. Op deze termijn spelen verschijnselen als vergrijzing, klimaatverandering en globalisering een belangrijke rol. Verschijnselen op de lange termijn verdienen meer dan op de korte termijn de aandacht van de gehele EU, omdat de oplossingen voor de problemen vaak ook pas werken op de lange termijn en pas als ze breed worden toegepast .
-
Meten van de doelen: statistieken en nationale economieën
Elke lidstaat van de Europese Unie is lid van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Hiermee wordt gestreefd naar een optimale integratie van de nationale economieën, zodat economische groei en welvaart gestimuleerd worden. De landen van de Europese Unie stemmen hun economische politiek in onderling overleg af.
In zestien lidstaten van de Europese Unie is de euro ingevoerd.
-
Gevorderde economische integratie: eurobeleid
In zestien EU-landen kan met euro's worden betaald: België, Cyprus, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Slovenië, Slowakije en Spanje.
Ook de andere lidstaten hebben zich bij toetreding tot de Unie verplicht om op termijn de euro in te voeren. Zij moeten dan wel eerst voldoen aan bepaalde voorwaarden die de Europese Unie heeft opgesteld. Zo mag een land bijvoorbeeld niet teveel schulden hebben.
-
Voorkomen van begrotingstekorten: stabiliteits- en groeipact
In het stabiliteits- en groeipact spreken de landen die lid zijn van de Europese Unie af dat hun begrotingen in evenwicht zijn of een overschot hebben. Dat betekent dat de regeringen niet meer geld uitgeven dan dat ze ontvangen. Dat doel hoeft nog niet meteen bereikt te worden, maar ze moeten er wel naartoe werken. De afspraken zijn gemaakt in 1997. Eisen zijn:
-
-Het begrotingstekort mag niet boven de 3 procent van het BBP komen
-
-De staatsschuld mag niet meer dan 60 procent van het BBP bedragen
-
De Europese Unie is in de loop van haar bestaan één van de grootste handelsblokken ter wereld geworden. Van alle handel wereldwijd wordt 20% door de EU bedreven. Daarnaast is de euro een zeer sterke internationale valuta geworden.
De EU houdt contact met veel landen en financiële instellingen. Via die weg probeert ze grip te houden op het proces van economische integratie. Uiteindelijk doel is meer welvaart en stabiliteit in de EU en, waar mogelijk, in de rest van de wereld.
-
Hervormen van het economische beleid: Lissabonstrategie
Europa besloot in het jaar 2000 dat het in 2010 de sterkste economie van de wereld wilde zijn. Dat hebben de landen van de Europese Unie in 2000 in Lissabon (Portugal) afgesproken. De plannen om de economie van de Europese Unie sterker te maken werden de Lissabonstrategie genoemd.
-
Het verbeteren van onze internationale concurrentiepositie door het invoeren van een Gemeenschapsoctrooi
Octrooien of patenten zijn van groot belang voor het innovatie- en concurrentievermogen van een economie. Uit onderzoek van de Europese Commissie blijkt dat sectoren waar meer octrooien worden verleend, gemiddeld gezien innovatiever zijn. En innovatie zorgt voor economische groei.
Europese financiële waakhonden
Op 2 december 2009 hebben de Europese ministers van Financiën in Brussel besloten tot de oprichting van drie toezichthouders voor de financiële markten. Zo komt er een Europese toezichthouder voor de banken, een Europese toezichthouder voor verzekeraars en pensioenfondsen, en een Europese toezichthouder voor leningen en aandelenmarkten.
Dit besluit komt voort uit het idee dat een verbeterd financieel toezicht de Europese economie kan behoeden voor de gevolgen van een toekomstige economische crisis zoals degene die de wereld in 2007 en 2008 in haar greep hield.
Op 27 januari 2010 heeft het Europees Parlement een hoorzitting gehouden waarin experts uit de financiële sector werd gevraagd naar hun deskundige mening over het bovengenoemde voorstel van de EU-ministers. Daarbij bleek dat een meerderheid van de Europarlementariërs voorstander is van het spoedig oprichten van de voorgestelde Europese toezichthouders. Over de omvang van deze toekomstige organisaties en de onderlinge afstemming van het takenpakket bestaat echter nog enige onduidelijkheid. Het Europees Parlement verwacht hier eind februari 2010 meer duidelijkheid over te kunnen geven.